Boeken

Na Jou – Hoofdstuk 6

na jou hoofdstuk 6 victoria boek ebook verhaal story short roman liefde romantisch lezen online e-book

Zuchtend woelde ik met mijn handen door mijn haar, terwijl ik naar het scherm van de laptop staarde. Voor de zoveelste avond op rij had ik me opgesloten in mijn oude kinderkamer, met de stapels post die waren binnengekomen, waarvan de meeste rekeningen waren. Ik beet op mijn lip, terwijl ik mijn blik over rekening na rekening liet glijden. Hypotheek, gas, water en licht, de flinke factuur van de begrafenis, de catering van die dag, telefoonrekening, internet… Ik wist niet meer welke facturen prioriteit hadden. De stapel was zo hoog geworden, dat mijn hoofd ervan overliep. Hoe kon ik nu ooit een goede keuze maken over mijn toekomst? Nog eens keek ik naar het scherm van de laptop, waar het saldo van mijn bankrekening brutaal naar me terug staarde. Op mijn rekenmachine telde ik uit hoeveel salaris ik zou krijgen deze maand, van het werk in de garage, wetend dat het nooit genoeg zou zijn.  Ik wist niet meer waar ik beginnen moest en wat wijsheid zou zijn om te doen. Moest ik terug naar Nederland en daar weer aan het werk gaan in het onderwijs? Hoe lang zou ik uitstel van betalen kunnen krijgen? En het huis? Hoe kon ik ooit het huis in mijn eentje blijven betalen? Met een gefrustreerde en vermoeide grom, veegde ik de papieren van mijn bed, klapte de laptop dicht en liet me achterover vallen in de verzameling kussens. Niet vanavond. Niet nu. Ik kon het niet. Beslissen, helder nadenken. Ik voelde tranen opkomen, draaide me op mijn zij en sloot mijn ogen. Niet nu. 

Ook al had ik geen druppel gedronken gisteravond, toch voelde ik me flink belabberd. Ik had onrustig geslapen, werd constant wakker, zwetend, in de greep gehouden door nachtmerries. Ik slingerde mijn benen buiten het oude Franse bed en wreef in mijn gezwollen ogen. in het ledikantje aan de andere kant van mijn kamer lag Micha nog op zijn zij te slapen. Op mijn tenen liep ik naar zijn bedje toe en trok de deken over zijn schouders op, tot aan zijn kin. Hij gaf geen kik, merkte niet eens dat ik bij zijn bed stond. Tevreden met zijn duim half in zijn mond en zijn knuffel konijn tegen zijn wang gedrukt, sliep hij verder. Ik graaide de kleren van gisteren van de stoel en sloot me op in de badkamer om mezelf aan te kleden en enigszins toonbaar te maken voor de dag. Toen ik in de spiegel keek, had ik niet veel hoop om een beetje elegant voor de dag te komen. Al wist ik dat mijn ogen gezwollen zouden zijn van het late opblijven, slechte slapen, huilen en het te weinig water drinken, ik had toch een beter beeld verwacht. Met een zucht waste ik mijn gezicht en besloot in de keuken twee plakjes komkommer op mijn ogen te leggen om de zwelling te verminderen. Mijn haar schoof ik omhoog in een rommelige knot en ik stapte in mijn lange witte zomerjurk. Daaroverheen trok ik mijn spijkerjasje aan en liep zo zachtjes als ik kon door de slaapkamer naar de overloop, waar ik de trap naar beneden nam. 

In de keuken was het nog stil en leeg. Ik opende de koelkast, op zoek naar komkommer, maar het enige wat ik tegenkwam was een pot augurken. Ik besloot dat dit bijna hetzelfde was als komkommer en het vast ook tegen de zwellingen zou helpen. Ik viste een augurk uit het potje en sneed er twee plakjes vanaf. Ik ging op een stoel zitten en drukte de koude, zuur ruikende plakjes op mijn ogen. Mijn hoofd hield ik achterover, zodat ze niet van mijn ogen zouden vallen. 

Ik weet niet hoe lang ik daar gezeten had, toen ik de stem van mijn moeder door de ruimte hoorde galmen: “Waarom ruikt het hier zo zuur?”
Ik schrok op en de plakjes augurk vielen op tafel.
Met grote ogen keek mam me aan. “Kind, waar ben je mee bezig? Wat is er met je ogen gebeurd?” Haar blik viel op de aangesneden augurk op het aanrecht, de plakjes op tafel en mijn gezwollen ogen. 

“Er was geen komkommer.” Stamelde ik. “Mijn ogen…”
Mam keek me bezorgd aan, maar begon toen hard te lachen. “Azijn op je ogen? Dat maakt het alleen maar erger! Heb je jezelf al in de spiegel bekeken?” Grinnikend ruimde ze de restjes augurk op, pakte een zak bevroren erwtjes uit de vriezer en gaf me die. “Hier. Maak je ogen schoon en koel ze met deze zak.” Hoofdschuddend en nog steeds met een grijns op haar gezicht ging ze daarna bezig met het ontbijt. 
Een beetje beschaamd waste ik de azijn van mijn ogen en drukte de zak erwtjes tegen mijn dikke oogleden. 

Tegen de tijd dat ook mijn vader de trap af kwam met Micha op zijn arm, was de ergste zwelling al afgenomen. Ik legde de erwtjes terug en hielp mam met het ontbijt. En ook al was het duidelijk dat ik had gehuild en wist ik zeker dat iedereen het wist, werd er geen woord over gerept. 
Na de lunch en het opruimen van de vuile vaat, trok ik mijn schoenen aan voor de dagelijkse wandeling. Matthew stond in de deuropening van de achterdeur te wachten en liet zijn blik op mij rusten, terwijl ik mijn veters strikte. 

“Vind je het goed als ik meeloop vandaag?” 
Ik knikte. Het was inmiddels niet ongewoon dat Matt het laatste halfuur van zijn middagpauze met me meeliep. Soms in stilte, soms herinneringen ophalend van vroeger. Het voelde vertrouwd en fijn om iemand te hebben die begreep dat ik niet altijd in de stemming was om te praten, iemand die net als ik ook de stilte kon waarderen. 

We namen een weggetje over bruggen, door het veld, richting het bos. Toen we eenmaal in het bos liepen, keek ik naar hem opzij. “Ik ben nu ruim twee maanden hier. Ik denk dat jij meer over mij weet dan ik over jou. Volgens mij heb ik je alles verteld over mijn leven in Nederland, maar jij niks over jouw leven hier.” 
“Je hebt er nooit naar gevraagd.” Was het antwoord. “Wat wil je weten?” 

Ik haalde mijn schouders op. “Het enige dat ik weet is dat je bij mijn vader in de garage werkt sinds je tienerjaren en nooit bent weggegaan. Is dat het enige waar jouw leven uit bestaat? Werken?” 

Matthew stak zijn handen in de zakken van zijn spijkerbroek en nam een langzamer looptempo aan. “Ik trouwde op mijn eenentwintigste met Victoria Moore.”

Een schok ging door me heen en automatisch wierp ik een blik op zijn rechterhand. “Je bent getrouwd? Met Victoria Moore?” Als er iemand was waar ik Matthew nooit samen mee zou hebben gezien, was het wel Victoria. Ze konden niet meer verschillend zijn. Victoria werd niet voor niets vroeger het IJskonijn genoemd. Bij de gedachte aan haar, haalde ik mijn neus op.
“Ik wás getrouwd met Victoria.” Verbeterde Matthew me. “Vijf jaar. Toen ontmoette Vicky iemand anders. Ze vroeg me om een scheiding en die gaf ik haar.” 
Sprakeloos keek ik hem aan, stopte met lopen. “Heeft Victoria je verlaten voor een ander?” 

Matt knikte. “Een jaar geleden werd ze ziek…Haar nieuwe liefde besloot dat hij niet wilde leven met een ernstig zieke vrouw en verliet haar.”
“Oh wauw…” Fluisterde ik. “Dus nu is ze weer alleen? Wat heeft ze voor ziekte?” 
Ze heeft longkanker. Daardoor kreeg ze een half jaar geleden een longbloeding, waar ze bijna aan overleed.” reageerde Matthew. “Ze heeft een mantelzorger voor de zorg die ze nodig heeft en ik help waar ik kan.” 
Zijn antwoord verbaasde me enorm. “Je zorgt voor je ex? Terwijl ze je heeft verlaten voor een ander?” 

Gelaten haalde Matt zijn schouders op. “In voorspoed en tegenspoed, in gezondheid en ziekte. Het voelt voor mij nog steeds zo dat ik verantwoordelijk ben voor haar.”
Langzaam draaiden we ons om, om aan de terugweg te beginnen. 

Het stak me een beetje dat Matthew Victoria’s bezit was geworden, haar man. Het stak me dat ze zijn liefde had gekregen, het weggooide en zelfs daarna nog zijn zorg en aandacht kreeg. Het stak me dat er een vrouw in zijn leven was. In stilte liepen we terug naar huis, waar ik hem gedag zei en naar binnen liep, terwijl Matthew doorliep naar de garage. Achter in mijn hoofd fluisterde een stemmetje: Ben je nu jaloers op Victoria? Op een doodzieke vrouw die mogelijk binnen korte tijd zal overlijden?

Volg je The Stout Journal al op Social Media?

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply