Gastblog

Het nieuwe normaal

Soms heb ik het gevoel alsof we met elkaar in een slechte B-film terecht zijn gekomen.
We zijn nu zo’n tien weken verder, sinds Nederland dicht ging en afgelopen week kreeg ik een vraag.
Ik beken het maar gelijk, ik moest echt in mijn agenda kijken. Ik kreeg de vraag; ‘ Wat was het laatste sociale wat je deed voor de corona-lockdown?’
Ik was bij mijn schoonmoeder, met man en dochter. Schoonmoeder was jarig geweest en dat verdiende een cadeautje met taart.
De familie was er en uiteraard was de corona toen al het onderwerp van gesprek.
De kleine en ik niesten wat, maar voor de rest leek er niets aan de hand.
Thuis snoeiden we de buitenplanten en genoten van de vrije tijd. De wekelijkse afspraak met andere familie werd verplaatst, manlief had net een week op zijn nieuwe werkplek achter de rug en we doken vroeg ons bed in.

In de week erna ‘sloot’ Nederland. De kleine en ik kregen griepverschijnselen. Verkouden, zij hoge koorts en ik had spierpijn. Vriendelijk doch dringend werd me gevraagd om thuis te blijven en vanuit huis te werken. De kleine mocht niet naar de opvang en ineens moest ik thuis 8 uur per dag werken, terwijl de kleine erg aanhankelijk was.
Het was enorm wennen, maar we knapten redelijk snel op.
Het nieuwe normaal, werd er zo ingestampt, dat ik zelfs bij series op tv dacht ‘dat is geen anderhalve meter!’

Nu wordt er van ons gevraagd om maar te gaan wennen aan de anderhalve-meter-samenleving. Want men wil dat dat het nieuwe normaal wordt.
Ik ben echt geen knuffelbeer en ik meed voor het hele corona-tijdperk het liefst lichamelijk contact met vreemden. Het handen schudden was ook al geen favoriete bezigheid. Niemand vertelde namelijk wat hij of zij daarvoor met haar handen had gedaan.
Ja, lichte vorm van smetvrees. Mijn handen waren altijd al het slachtoffer van veel wassen.
Maar familie en vrienden werden vaak wel begroet met lichamelijk contact. Die extra stevige knuffel met de vriendin met wie je als klein meisje knikkerde en met wie je nog steeds contact hebt, met wie je genoeg hebt meegemaakt en waarvan je weet dat de vriendschap voor altijd is.
De groepsknuffels met de kleine in het midden, omdat ze dat hilarisch vindt.
De dikke pakkerd bij oma op haar warme wang, die rood was van plezier, omdat ze het zo leuk vindt dat je haar bezoekt in het verpleeghuis.

Gisteren kwamen haar opa en oma langs. Voor het eerst in 10 weken. De afspraak die 10 weken geleden werd verzet, werd langer verzet dan gewenst.
De kleine rende wel 10 rondjes om hen heen. Alles moest verteld worden en alles moest worden bekeken.
‘Kijk opa! Een wups, doorheen en dan koekoek!’
‘Kijk oma! Glijbaan! Kom, kom! Hier is mijn grote zachte bal!’
De kleine wist niet zo goed wat ze met zichzelf aan moest.
De afgelopen weken zag ze opa en oma alleen in de verte en mocht ze alleen zwaaien en kletsen. Nu waren ze ineens weer heel dichtbij.
Vol vertrouwen vouwt de kleine, als vanzelfsprekend, haar handje om opa’s wijsvinger.
Net als dat ik vroeger deed. Toen ik nog een klein meisje was. Mijn hand gevouwen om zijn pink. Dan voelde ik me veilig en kon ik alles aan.
Opa wordt meegesleurd en het voelt even als het vroeger van 10 weken geleden.
De kleine heeft rode wangetjes van opwinding en om de beurt worden opa en oma meegenomen om al haar schatten te bewonderen en vooral uit te proberen.

En toch voelt het rebels en ongemakkelijk. Vroeger zat de kleine continu op schoot en knuffelde ze met haar favoriete mensen. Selectief, dat wel. Net als haar moeder.
En nu voelt het ‘fout’ en wassen we onze handen nog maar een keer, als we elkaar hebben aangeraakt.
Wordt dit onze toekomst? Duurt deze slechte B-film nog lang? Mogen we elkaar ooit weer begroeten op de gewenste manier? Of voelt dat dubbel vanaf nu?
Het liefst vouw ik mijn hand weer om mijn vaders vinger en krijg ik het gevoel van veiligheid weer terug. Misschien kan ik dan ook wel de wereld weer ‘aan’.
Maar ja, vooralsnog mag dat niet meer.

Liefs,
Leontine

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply