Browsing Category

Boeken

Boeken

Na Jou – Hoofdstuk 8

na jou hoofdstuk 8 matt victoria roman liefde verlies rouw ebook gratis lezen online

De weken die volgden probeerde ik Matthew te ontlopen, niet wetend wat ik nu van de situatie moest denken. Ik miste Sam, zijn geur, zijn lach en zijn warme aanwezigheid. Ik voelde me schuldig om mijn verraad. Het had nooit mogen gebeuren, zo snel na het verliezen van Sam. Wat zou men wel niet denken als ik aankwam met een nieuwe vlam? Er zou geheid over me geroddeld worden. Die is haar man gauw vergeten. Ze stapt zo over naar de volgende. Hoort ze niet te rouwen in plaats van genegenheid zoeken bij een ander? Arme Micha; net zijn vader kwijt en zijn moeder leeft door alsof het nooit gebeurd is. Ze heeft twee gezichten, die Leah. Ze leek zo’n zorgzame vrouw, maar kijk nu eens! 

Ik zorgde ervoor dat ik tijdens de lunch zo ver mogelijk bij Matt vandaan zat en wierp me op het de administratie van de garage. Ik hield me afzijdig van de grapjes die op de werkvloer gemaakt werden en maakte dat ik de garage uitkwam, zodra mijn werk voor die dag gedaan was. Als een zombie leefde ik en deed ik de dingen die moesten. Bezoekjes aan de verloskundige, het helpen in de keuken en de afbetaling van verschillende facturen, die maar niet minder werden. De weken van de zwangerschap vlogen voorbij, zonder dat ik er veel aandacht voor had. Ik stond er amper bij stil. Natuurlijk wist ik dat er een kindje in mijn buik groeide, maar voelde er niet veel bij. Ik wimpelde Matthew’s pogingen om een gesprek aan te knopen weg met smoesjes en probeerde in het gezelschap van mijn ouders en Micha zoveel mogelijk normaal te doen. 

“Koffie of thee?” Mam kwam de huiskamer in, waar ik in de grote stoel genesteld zat, met een boek op schoot. Een boek, waar ik nog geen letter van gelezen had, al staarde ik al meer dan een halfuur naar de pagina waar ik het boek had opengeslagen. Het was bijna half negen in de avond. Mam wa net klaar met het opruimen en schoonmaken in de keuken, pap had zich al op zijn vaste plekje op de bank laten zakken met de krant. 

Ik keek op. “Thee graag.” 
“Jack?” riep mam, kijkend naar papa. “Koffie?”
Een bevestigend gebrom was het antwoord. 
Mam liep terug naar de keuken en haalde de koffie, thee en een vers gebakken cake. Ze zette een dampende mok voor mijn neus en hield me de cake voor. “Eet wat, Leah.” 
Ik pakte een dikke plak cake van de schaal en nam een grote hap. Mam gaf pap zijn koffie en cake en kwam toen naast me zitten. “Hoe is het nu met je, lieverd?” 
Ik kauwde op de zoete hap en spoelde het weg met gloeiend hete thee. “Goed hoor.” 
Zwijgend keek mam me aan, wachtend op een serieus antwoord. 

“Ik wil het huis in Nederland verkopen.” gooide ik er toen uit. “Ik ben niet van plan in dat huis te blijven wonen. Het geeft teveel herinneringen, teveel pijn en sowieso…het huis is te groot voor mij en Micha samen.”
Mam gaf me een klopje op mijn buik. “En deze kleine.”
“Oh ja.” Mompelde ik. “En de baby…”
Mijn vader vouwde zijn krant op en keek naar ons op. “Ik denk dat het een goede keuze is om het huis te verkopen.” Stemde hij in. “Maar waar wil je dan heen?” 
Een beetje verlegen verkruimelde ik mijn cake. “Ik hoopte dat ik een poosje hier zou kunnen blijven tot na de bevalling. Als dat geen mogelijkheid is, wil ik met alle…”
“Natuurlijk mag dat, schat!” Mam pakte mijn hand en drukte een kus op mijn knokkels. “Blijf zolang je wilt, ja toch, Jack?” 
Pa knikte. “Zolang je wilt, kind. Er zal altijd een plekje voor je zijn hier. En werk ook.” 

“Matthew zal het ook wel fijn nieuws vinden.” Ging mam verder. 
Ik fronste. “Matt?” 
Mam glimlachte. “Ach lieverd…je hoeft niet te doen alsof je neus bloedt. Het is helder dat jullie het meer dan gezellig hebben samen. Daarbij kunnen Matthew en Micha het ook erg goed met elkaar vinden.”
“Er is niks tussen ons.” Bromde ik.
“Niks?” Mam trok haar wenkbrauwen op. “Je bent al weken uit je doen en je ontloopt hem constant. Mij maak je niet wijs dat er niks is.” 
“Ik ben Sam net verloren, mam…” Ik voelde tranen opkomen. “Oh…Ik had nooit…” 

Mam pakte mijn handen in de hare. “Je bent je man verloren. Je bent in rouw, maar dat betekent niet dat je geen gevoelens voor iemand anders kunt en mag hebben. Het voelt misschien onwennig en oneerlijk tegenover Sam, maar liefde houd je niet tegen.” 
“Wat zullen mensen wel niet van me denken?” fluisterde ik schor. 
Een paar armen om me heen was het antwoord. “Kom hier…” fluisterde mam terug. “Als jij je er goed bij voelt, als het voor jullie beiden goed voelt…geef je er dan gewoon aan over. Je kunt het rustig aan doen, niemand legt er druk op, maar alsjeblieft…denk aan je eigen geluk.” 
Ik sloot mijn ogen en zuchtte. Kan ik dat? Aan mijn eigen geluk denken?

Half negen in de avond. Aarzelend liep ik naar de deur van de kleine bungalow. Er brandde licht en ik zag beweging door de ramen. Even wilde ik me omkeren en weer in de auto stappen, maar ik haalde diep adem en drukte op de bel. Ergens in het huis klonk gestommel en even later werd de deur geopend. 
Matthew stond in de deuropening, zijn ogen straalden vermoeidheid uit, onzekerheid en zijn gezicht zag er afgetobd uit. 
“Hoi.” Mijn stem klonk schor en ik probeerde een glimlach te produceren.
“Leah…” 

Ik deed een stap vooruit. “Mag ik binnenkomen?”
Matthew wierp een blik over zijn schouder, de gang in. “Ik weet niet of het een goed moment is, Leah, ik…”
Opeens klonk er een schelle stem uit het huis. “Wie is dat, Matt? Is dat Leah? Je laat haar toch niet buiten staan?”
Matthew zuchtte en zwaaide de deur verder open, zodat ik me langs hem heen kon wurmen, naar binnen. Hij sloot de deur achter me en leidde me naar de kleine huiskamer, waar ik een magere, bleke gedaante op de bank zag liggen, onder een dun wit laken. Koude blauwe ogen en gitzwart haar, wat de kleur van de huid nog fletser deed lijken. De jukbeenderen staken uit, alsof deze persoon voor een lange tijd was uitgehongerd. “Hallo Leah.” De mond van de vrouw bewoog niet, maar toch sprak ze mijn naam. En pas toen ik haar mijn naam hoorde zeggen, herkende ik haar. Victoria Moore. IJskonijn uit mijn jeugd. Ik knipperde geschrokken met mijn ogen. Zo slank en knap als ze altijd was geweest, zo onaantrekkelijk en ellendig zag ze er nu uit. Haar ogen lagen diep in de kassen, ze was vel over been. Ik slikte en liet me op een stoel zakken, tegenover de bank waarop ze lag. 

“Dat is nog eens lang geleden.” Kraakte Victoria.
Ik perste er een lachje uit. “Dat kun je wel zeggen ja. Dat moet minstens tien jaar geleden zijn. Ik zat nog op school toen ik je voor het laatst zag. Volgens mij spraken we elkaar voor het laatst op je diploma uitreiking.” Ik keek naar Matt, die achter me stond, leunend tegen de deurpost, niet wetend wat hij moest. 
“Matt, wat een gastheer ben je toch ook,” grinnikte Victoria. “Ga even wat te drinken halen voor Leah hier. Je laat je gasten toch niet uitdrogen?” Ze knipoogde naar mij. “Hij is nooit zo’n fantastische gastheer geweest. Meneer droomt weg en denkt niet meer aan de mensen om hem heen.” 
Ik schaterlachte en verbaasde me over de verandering die ik in Victoria zag, vergeleken met de persoon die ze tien jaar geleden was. Qua uiterlijk, maar vooral qua innerlijk. Nog nooit eerder had ze me echt een blik waardig gekeurd en al helemaal niet gezellig een gesprek met mij aangeknoopt. 

Matt bromde wat en liep naar de keuken. Ik giechelde nog na om Victoria’s woorden en ging wat comfortabeler zitten.
“Ik weet wat je hier komt doen, Leah.” Ik keek verward op. Weg was de sprankelende klank in Victoria’s stem. Ze klonk koud, kil en kwaad. Haar ogen werden donker en ze keek me strak aan. 
“Pardon?” 
Victoria snoof. “Je denkt toch niet dat ik gek ben? Je liep vroeger al als een hondje achter Matthew’s reet aan. Ik kan je niet zeggen hoe ontzettend irritant je was. Alsof hij stroop aan zijn kont had zitten. Een kwijlende bakvis was je. En nu je weet dat hij weer gescheiden is, kom je weer terug kruipen.” 
Verstomd staarde ik haar aan, mijn mond zakte open. 
“Als je maar niet denkt dat ik me zo makkelijk gewonnen geef. Hij is mijn man. Ik ben met hem getrouwd. Ga je geluk ergens anders zoeken, Leah.” 
Mijn hoofd tolde. Gebeurde dit echt? Ik kon er niet bij. Zo ziek, zwak, maar nog zoveel kracht en haat. En waarom?
“Ik heb helemaal niet de bedoeling…” Stamelde ik.

“Matt had je beter meteen kunnen vertellen dat je geen kans hebt. Twee weken geleden vroeg hij me om weer bij hem in te trekken. Matt zal altijd van mij zijn, Leah. Laat ons met rust.” Siste ze bijna onhoorbaar, toen Matthew’s voetstappen klonken. “Blijf bij ons uit de buurt.” 
Matthew stapte de kamer binnen met een kop koffie in zijn handen. Met een schaapachtige lach reikte hij me die aan. 
“Kijk, wat een gentleman.” Kirde Victoria, alsof ons gesprek van net niet was gebeurd. 
Ik stond op van mijn stoel en hief mijn handen op naar Matt. “Het spijt me, ik denk dat ik beter kan gaan.” Ik negeerde de koffie in zijn handen en schoof langs hem heen, beende door de gang en verliet zo snel mogelijk de bungalow. 

Tranen stroomden over mijn wangen, terwijl ik de auto instapte en de motor startte. Het was al zo’n hoge drempel geweest om naar Matthew toe te gaan, om mijn gevoelens te bekennen. Snakkend naar adem liet ik mijn hoofd tegen het stuur zakken. Ik had al mijn moed bij elkaar verzameld, hopend dat Matthew mijn gevoelens zou beantwoorden. Als ik terug dacht aan de kus die we hadden gedeeld, kon dat niet anders. Toch?
Snikkend reed ik het erf af, half verblind door de tranen. Ik had te lang gewacht. Hij had zijn geluk ergens anders gezocht. Hij had besloten zijn liefde te geven aan de vrouw waarmee hij eens getrouwd was. De vrouw die hem verliet. En ik stond weer alleen.

Volg je The Stout Journal al op Social Media?

Boeken

Na Jou – Hoofdstuk 7

na jou hoofdstuk 7 vissen kus zoenen matthew leah verhaal ebook boek short story roman romantisch liefde verlies rouw

Ik ben niet jaloers op Victoria Moore. Geïrriteerd sloot ik de computer af en keek fronsend door de werkplaats. De mannen waren bezig met hun gereedschap opruimen voor de dag en haalden een bezem over de vloer heen. Ik ben nooit jaloers op haar geweest. En nu ook niet. Waarom zou ik jaloers zijn op een ijskonijn zonder gevoel? Waarom zou ik jaloers zijn op een zieke vrouw?
Ik stond op en liep achter de balie vandaan, naar de de deur.
“Leah! Wacht!” Matthew nam een sprintje naar de deur, die ik net achter me dicht wilde gooien. “Wacht! Ik moet je wat vragen.” 
Ik keek afwachtend naar hem om.
“Vind je het goed als ik Micha meeneem voor een middagje vissen morgen? Hij heeft me er al een paar keer om gevraagd. Ik zou het erg leuk vinden.” 
Ik twijfelde. Vissen? Micha? “Is dat niet een beetje gevaarlijk?” 

Matthew haalde zijn schouders op. “Als het je rust geeft, kun je ook meegaan. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd, toch?” Hij schonk me een brede glimlach. “Toe, ga met ons mee!” 
Ik haalde mijn schouders op. “Okee. Vissen. Hoe laat moeten we klaarstaan?”
“Ik haal jullie op om half twee. En Leah?” Matt liet zijn ogen over mijn lichaam glijden, van boven naar beneden en weer terug. Toen zijn ogen de mijne weer ontmoetten, grijnsde hij jongensachtig. “Draag iets wat comfortabel zit en wat vies mag worden.” 
Blozend sloeg ik mijn ogen neer en keek naar de beige pumps die ik droeg, de zwarte leren kokerrok en het bijpassende truitje. Toen draaide ik me om en liep de garage uit. 

Het was ronduit heet die volgende middag. Ik had minstens een half uur naar de kleren gekeken, die ik had uitgestald op mijn bed. Zes setjes. Het enige wat ik had meegenomen in mijn koffer voor de twee weken dat ik had willen blijven in Ierland. Uiteindelijk koos ik een paar legergroene shorts en een wit hemdje. Ik bond mijn haar in een hoge paardenstaart en schoof mijn voeten in witte gympen. Ik griste een pet van het bed en propte die in mijn tas, die al uitpuilde door de snacks die mam voor ons had klaargemaakt en de flesjes ijskoud citroenwater. Voor Micha had ik een extra setje kleren ingepakt, voor het geval hij erg vies of nat zou worden. Nog één keer keek ik in de spiegel en wierp een blik op de klok. Tijd om te gaan. Matthew zou vast al op ons wachten. Ik rende naar beneden, nam de trap met twee treden tegelijk en zag dat ook Micha al klaarstond bij de achterdeur in de keuken. “Ben je klaar, kanjer?” Vroeg ik hem opgewekt.

Micha stond te wiebelen op zijn tenen en ik zag de enthousiasme in zijn ogen fonkelen. “Visjes vangen, mama!” Riep hij, terwijl hij in zijn handen klapte van plezier. Ik lachte en nam hem bij de hand. “Kom op, dan gaan we.” Ik zwaaide naar mam, die aan de keukentafel de krant zat te lezen, terwijl er naast haar een grote mengkom stond, waar deeg voor brood in rees. 
Buiten sloeg de hitte ons in het gezicht. Ik voelde druppels zweet op mijn voorhoofd vormen, veegde ze weg en leidde Micha naar de pick-up, waar Matthew al zat te wachten. Zachte country muziek klonk ons tegemoet. Ik tilde Micha de auto in en nam zelf plaats naast hem.
“Zijn jullie er klaar voor?” Matthew leek zelf net zo enthousiast als Micha te zijn. “Laten we hopen dat de vissen happen!” Hij zette de auto in de eerste versnelling en met een vaart schoten we het erf af.

Ik had het kunnen weten: vissen was niet mijn ding. Ik griezelde als er wormen aan de haak werden gespiest en eigenlijk kon ik het niet aanzien dat diezelfde haak de vissen pijn deed. Gelukkig nam Matthew het werk op zich. Het enige wat ik hoefde te doen was in mijn klapstoeltje zitten met de hengel. Micha rende om ons heen, dolblij en gilde opgewonden als hij ook maar enige beweging zag in het water. Matthew liet hem zijn hengel vasthouden en samen haalden ze een paar kleine visjes binnen. Matthew haalde ze van de haak en gaf ze een klap op hun kop om ze te doden. Ik was blij dat ze meteen uit hun lijden werden verlost. 
“Wat ga je nu met die vissen doen?” Vroeg ik hem, terwijl ik mijn lijn opnieuw uitgooide, met een bungelende worm aan de haak.
“Opeten!” Lachte Matthew. “Het zou zonde zijn om vissen te vangen en te doden om ze vervolgens weg te gooien.” Met Micha op schoot, zat hij op zijn gemakje naar zijn dobber te staren. 

Ik nam de tijd om hem eens goed te bekijken. Hij droeg een oude spijkerbroek met een wit shirt dat strak om zijn borst en armen spande en laarzen. En terwijl ik regelmatig met mijn handen wapperde voor wat koele lucht, leek Matthew geen problemen te hebben met de warmte. Zijn zwarte haar was te lang en krulde in zijn nek. Zijn huid was gebruind door de zon, zijn stoppelbaardje zorgde voor een donkere schaduw op zijn kaken. 

Ik werd echter ruw uit mijn dagdroom gehaald, doordat mijn hengel bewoog. “Oh!” Gilde ik geschrokken, terwijl ik opsprong en als een malle de lijn begon in te halen. Ik trok de hengel omhoog. Achter me hoorde ik de jongens lachen. Ik trok harder en deed nog harder mijn best om de lijn in te halen. “Ik heb beet! Oh, Ik heb een vis aan de haak!” gilde ik weer, een beetje paniekerig. “Wat moet ik doen?” Nog eens gaf ik een ruk aan de hengel en zodra ik dat deed, gleed mijn voet weg in het gras. Met een brul viel ik voorover de rivier in. Sputterend kwam ik boven water. Vanaf de kant greep Matthew mijn hand en trok me terug op de kant. Wankelend deed ik een poging om stevig op beide voeten te blijven staan, maar door de glibberige grond, gleed ik opnieuw weg. 

“Ho!” Matt trok me tegen zich aan en hield zijn armen om me heen. Een moment keken we elkaar ademloos aan, onze gezichten raakten elkaar bijna. Ik voelde mijn hart een slag overslaan en kijkend in zijn ogen, wist ik wat er ging gebeuren. 
Matthew boog zich voorover om de laatste afstand te overbruggen en drukte zijn lippen zacht op de mijne. Het leek wel alsof mijn verstand me op dat moment werd uitgeschakeld en het verlangen het overnam. Ik legde mijn handen om zijn achterhoofd en trok hem dichter naar me toe, terwijl ik toegaf aan de kus. Ik voelde mezelf warm worden van binnen, alsof er een vuurtje diep binnen in mij werd opgestookt. Matt’s greep om mijn middel verstevigde, wat werkte als olie op mijn vuurtje. Ik ging op mijn tenen staan om de kus te kunnen verdiepen, waarop Matthew me een stukje optilde. Dicht tegen hem aangedrukt, hing ik een paar centimeter in de lucht. Ik snoof zijn luchtje op, mannelijk, fris en zoet. Het rook vertrouwd, alsof ik niet anders gewend was dan zijn luchtje. Ik haakte mijn benen achter de zijne, maar werd wreed verstoord door een iel kinderstemmetje.
“Mama?” 

In een oogwenk wurmde ik me los en strompelde geschrokken achteruit. Ik zag de verwarring die ik zelf voelde, weerspiegeld in de ogen van Matthew. Ik keek weg, vermeed zijn blik.
“Micha ook zwemmen!” Hoorde ik Micha roepen. “Micha ook zwemmen mama?” Ik gaf hem een aai over zijn krullen, zonder een woord te zeggen. En ook al was het warm, ik voelde een rilling van kou door mijn lichaam gaan. Tegelijkertijd schreeuwde mijn lichaam om meer van wat het net had gehad. Ik beet op mijn lip en knikte naar het water. “We zijn een hengel kwijt.” 
Matthew volgde mijn blik en haalde een hand door zijn haar. “Ja…de hengel…” 
“Ik denk dat we beter naar huis kunnen gaan.” zei ik voorzichtig. “Ik krijg het koud.” 
Gelaten knikte Matthew en in stilte pakten we de spullen in om naar huis te gaan. Ik zette Micha in de auto en wilde zelf instappen, toen Matthew me tegenhield, met één hand op mijn arm. “Leah…” 
Ik durfde hem niet aan te kijken. Matt tilde mijn kin op met zijn hand en dwong me hem aan te kijken. “Als ik te ver ben gegaan, dan…” 

Ik negeerde het stemmetje in mijn hoofd en legde hem het zwijgen op door hem naar me toe te trekken en hem te zoenen. Leunend tegen de auto liet hij het over zich heen komen, zijn handen liefkoosden mijn bovenarmen. Een tinteling ging door mijn hele lichaam, tot in mijn tenen. Ik haalde mijn handen door de krullen in zijn nek en glimlachte toen Matthew toehapte en me weer tegen zich aan trok. Even was er niemand anders op de wereld dan alleen wij. even vergat ik Micha, die in de auto zat. Even dacht ik niet na over de afgelopen maanden, over Sam, zijn ziekbed en zijn overlijden. Mathew hapte naar adem en blozend verbrak ik de kus en stapte de auto in. Matt liep om de auto heen en nam plaats achter het stuur. Zonder een woord te wisselen reden we naar huis. Ik deed de gordel af en pakte Micha op, die gedurende de rit tegen mij aan had liggen slapen.

“Bedankt voor vandaag, voor het vissen.” fluisterde ik tegen Matt. “En de hengel vergoed ik natuurlijk.” 
“Leah…” Matt schudde zijn hoofd. “Doe niet zo raar. Wat boeit mij die hengel nu?” Hij keek me doordringend aan. “Ik denk dat we moeten praten over wat er straks gebeurde.” 
Praten? Als door een wesp gestoken sprong ik de auto uit. “Misschien een andere keer.” Zei ik gehaast. “Bedankt voor de fijne middag.” Ik gooide het portier dicht en droeg Micha naar binnen. Vaag hoorde ik hoe de pick-up het erf weer afreed. Ik zuchtte en slikte mijn schuldgevoel weg. Wat heb ik gedaan? Sam is nog maar zo kort geleden van me weggenomen en ik sta zomaar een andere man te zoenen, alsof Sam nooit heeft bestaan. Ik heb hem verraden! 

Volg je The Stout Journal al op Social Media?

Boeken

Na Jou – Hoofdstuk 6

na jou hoofdstuk 6 victoria boek ebook verhaal story short roman liefde romantisch lezen online e-book

Zuchtend woelde ik met mijn handen door mijn haar, terwijl ik naar het scherm van de laptop staarde. Voor de zoveelste avond op rij had ik me opgesloten in mijn oude kinderkamer, met de stapels post die waren binnengekomen, waarvan de meeste rekeningen waren. Ik beet op mijn lip, terwijl ik mijn blik over rekening na rekening liet glijden. Hypotheek, gas, water en licht, de flinke factuur van de begrafenis, de catering van die dag, telefoonrekening, internet… Ik wist niet meer welke facturen prioriteit hadden. De stapel was zo hoog geworden, dat mijn hoofd ervan overliep. Hoe kon ik nu ooit een goede keuze maken over mijn toekomst? Nog eens keek ik naar het scherm van de laptop, waar het saldo van mijn bankrekening brutaal naar me terug staarde. Op mijn rekenmachine telde ik uit hoeveel salaris ik zou krijgen deze maand, van het werk in de garage, wetend dat het nooit genoeg zou zijn.  Ik wist niet meer waar ik beginnen moest en wat wijsheid zou zijn om te doen. Moest ik terug naar Nederland en daar weer aan het werk gaan in het onderwijs? Hoe lang zou ik uitstel van betalen kunnen krijgen? En het huis? Hoe kon ik ooit het huis in mijn eentje blijven betalen? Met een gefrustreerde en vermoeide grom, veegde ik de papieren van mijn bed, klapte de laptop dicht en liet me achterover vallen in de verzameling kussens. Niet vanavond. Niet nu. Ik kon het niet. Beslissen, helder nadenken. Ik voelde tranen opkomen, draaide me op mijn zij en sloot mijn ogen. Niet nu. 

Ook al had ik geen druppel gedronken gisteravond, toch voelde ik me flink belabberd. Ik had onrustig geslapen, werd constant wakker, zwetend, in de greep gehouden door nachtmerries. Ik slingerde mijn benen buiten het oude Franse bed en wreef in mijn gezwollen ogen. in het ledikantje aan de andere kant van mijn kamer lag Micha nog op zijn zij te slapen. Op mijn tenen liep ik naar zijn bedje toe en trok de deken over zijn schouders op, tot aan zijn kin. Hij gaf geen kik, merkte niet eens dat ik bij zijn bed stond. Tevreden met zijn duim half in zijn mond en zijn knuffel konijn tegen zijn wang gedrukt, sliep hij verder. Ik graaide de kleren van gisteren van de stoel en sloot me op in de badkamer om mezelf aan te kleden en enigszins toonbaar te maken voor de dag. Toen ik in de spiegel keek, had ik niet veel hoop om een beetje elegant voor de dag te komen. Al wist ik dat mijn ogen gezwollen zouden zijn van het late opblijven, slechte slapen, huilen en het te weinig water drinken, ik had toch een beter beeld verwacht. Met een zucht waste ik mijn gezicht en besloot in de keuken twee plakjes komkommer op mijn ogen te leggen om de zwelling te verminderen. Mijn haar schoof ik omhoog in een rommelige knot en ik stapte in mijn lange witte zomerjurk. Daaroverheen trok ik mijn spijkerjasje aan en liep zo zachtjes als ik kon door de slaapkamer naar de overloop, waar ik de trap naar beneden nam. 

In de keuken was het nog stil en leeg. Ik opende de koelkast, op zoek naar komkommer, maar het enige wat ik tegenkwam was een pot augurken. Ik besloot dat dit bijna hetzelfde was als komkommer en het vast ook tegen de zwellingen zou helpen. Ik viste een augurk uit het potje en sneed er twee plakjes vanaf. Ik ging op een stoel zitten en drukte de koude, zuur ruikende plakjes op mijn ogen. Mijn hoofd hield ik achterover, zodat ze niet van mijn ogen zouden vallen. 

Ik weet niet hoe lang ik daar gezeten had, toen ik de stem van mijn moeder door de ruimte hoorde galmen: “Waarom ruikt het hier zo zuur?”
Ik schrok op en de plakjes augurk vielen op tafel.
Met grote ogen keek mam me aan. “Kind, waar ben je mee bezig? Wat is er met je ogen gebeurd?” Haar blik viel op de aangesneden augurk op het aanrecht, de plakjes op tafel en mijn gezwollen ogen. 

“Er was geen komkommer.” Stamelde ik. “Mijn ogen…”
Mam keek me bezorgd aan, maar begon toen hard te lachen. “Azijn op je ogen? Dat maakt het alleen maar erger! Heb je jezelf al in de spiegel bekeken?” Grinnikend ruimde ze de restjes augurk op, pakte een zak bevroren erwtjes uit de vriezer en gaf me die. “Hier. Maak je ogen schoon en koel ze met deze zak.” Hoofdschuddend en nog steeds met een grijns op haar gezicht ging ze daarna bezig met het ontbijt. 
Een beetje beschaamd waste ik de azijn van mijn ogen en drukte de zak erwtjes tegen mijn dikke oogleden. 

Tegen de tijd dat ook mijn vader de trap af kwam met Micha op zijn arm, was de ergste zwelling al afgenomen. Ik legde de erwtjes terug en hielp mam met het ontbijt. En ook al was het duidelijk dat ik had gehuild en wist ik zeker dat iedereen het wist, werd er geen woord over gerept. 
Na de lunch en het opruimen van de vuile vaat, trok ik mijn schoenen aan voor de dagelijkse wandeling. Matthew stond in de deuropening van de achterdeur te wachten en liet zijn blik op mij rusten, terwijl ik mijn veters strikte. 

“Vind je het goed als ik meeloop vandaag?” 
Ik knikte. Het was inmiddels niet ongewoon dat Matt het laatste halfuur van zijn middagpauze met me meeliep. Soms in stilte, soms herinneringen ophalend van vroeger. Het voelde vertrouwd en fijn om iemand te hebben die begreep dat ik niet altijd in de stemming was om te praten, iemand die net als ik ook de stilte kon waarderen. 

We namen een weggetje over bruggen, door het veld, richting het bos. Toen we eenmaal in het bos liepen, keek ik naar hem opzij. “Ik ben nu ruim twee maanden hier. Ik denk dat jij meer over mij weet dan ik over jou. Volgens mij heb ik je alles verteld over mijn leven in Nederland, maar jij niks over jouw leven hier.” 
“Je hebt er nooit naar gevraagd.” Was het antwoord. “Wat wil je weten?” 

Ik haalde mijn schouders op. “Het enige dat ik weet is dat je bij mijn vader in de garage werkt sinds je tienerjaren en nooit bent weggegaan. Is dat het enige waar jouw leven uit bestaat? Werken?” 

Matthew stak zijn handen in de zakken van zijn spijkerbroek en nam een langzamer looptempo aan. “Ik trouwde op mijn eenentwintigste met Victoria Moore.”

Een schok ging door me heen en automatisch wierp ik een blik op zijn rechterhand. “Je bent getrouwd? Met Victoria Moore?” Als er iemand was waar ik Matthew nooit samen mee zou hebben gezien, was het wel Victoria. Ze konden niet meer verschillend zijn. Victoria werd niet voor niets vroeger het IJskonijn genoemd. Bij de gedachte aan haar, haalde ik mijn neus op.
“Ik wás getrouwd met Victoria.” Verbeterde Matthew me. “Vijf jaar. Toen ontmoette Vicky iemand anders. Ze vroeg me om een scheiding en die gaf ik haar.” 
Sprakeloos keek ik hem aan, stopte met lopen. “Heeft Victoria je verlaten voor een ander?” 

Matt knikte. “Een jaar geleden werd ze ziek…Haar nieuwe liefde besloot dat hij niet wilde leven met een ernstig zieke vrouw en verliet haar.”
“Oh wauw…” Fluisterde ik. “Dus nu is ze weer alleen? Wat heeft ze voor ziekte?” 
Ze heeft longkanker. Daardoor kreeg ze een half jaar geleden een longbloeding, waar ze bijna aan overleed.” reageerde Matthew. “Ze heeft een mantelzorger voor de zorg die ze nodig heeft en ik help waar ik kan.” 
Zijn antwoord verbaasde me enorm. “Je zorgt voor je ex? Terwijl ze je heeft verlaten voor een ander?” 

Gelaten haalde Matt zijn schouders op. “In voorspoed en tegenspoed, in gezondheid en ziekte. Het voelt voor mij nog steeds zo dat ik verantwoordelijk ben voor haar.”
Langzaam draaiden we ons om, om aan de terugweg te beginnen. 

Het stak me een beetje dat Matthew Victoria’s bezit was geworden, haar man. Het stak me dat ze zijn liefde had gekregen, het weggooide en zelfs daarna nog zijn zorg en aandacht kreeg. Het stak me dat er een vrouw in zijn leven was. In stilte liepen we terug naar huis, waar ik hem gedag zei en naar binnen liep, terwijl Matthew doorliep naar de garage. Achter in mijn hoofd fluisterde een stemmetje: Ben je nu jaloers op Victoria? Op een doodzieke vrouw die mogelijk binnen korte tijd zal overlijden?

Volg je The Stout Journal al op Social Media?

Boeken

Na Jou – Hoofdstuk 5

Na jou hoofdstuk 4 serie online lezen ebook boek verhaal short story

De weken die volgden bracht ik grotendeels door in de garage, achter de receptie. Daar zorgde ik ervoor dat ik het één en ander aan administratie van mijn vader kon overnemen om de werklast te verlichten en hield ik het klantencontact bij. Het werken was voor mij ook een voordeel: zo kwam er eindelijk weer wat geld binnen, wat ik hard nodig had om alles aan rekeningen af te betalen. Daarnaast was het ook gewoon heerlijk om even afleiding te hebben en iets om handen te hebben. Even niet de hele dag door met mijn hoofd bij Sam, de financiële problemen en de zorg voor Micha, wat nu voornamelijk bij mam lag. Het gaf me energie om te werken en ik merkte dagelijks dat ik me meer op mijn plekje begon te voelen. De mannen in de werkplaats, de regelmatige grapjes, praatjes en natuurlijk elke dag de lunch thuis aan de keukentafel.

“Mama, kijk eens ik maakt!”
Ik keek op van het computerscherm voor me en zag Micha door de werkplaats rennen, richting de balie. Hij hield een kleurplaat omhoog en keek me met stralende ogen aan. “Kleuren met oma!” Hij wapperde met het blad. “Kijk, mama, kijk!”
Achter hem aan kwam mam, met een tevreden glimlach op haar gezicht. “Hoe gaat het hier?” Ik reed de bureaustoel iets achteruit en kwam achter de balie vandaan. “Heerlijk.” antwoordde ik naar waarheid. “Het is fijn om papa te kunnen helpen en fijn om thuis te zijn bij jullie.” 

Mam schonk me een brede lach. “Het is alsof je nooit bent weggegaan.” 
Ik knikte. “Is het niet teveel, Micha de hele dag om je heen?” 
“Oh kind, ik heb nog nooit zo genoten!” Kreeg ik van mam terug. “Jou helpen met deze kleine man is wel het minste wat ik kan doen!” Ze keek op haar horloge. “Ik zal eens koffie gaan zetten. De mannen kunnen wel een sterk bakje gebruiken.” Ze gaf Micha een duwtje tegen zijn rug. “Kom, Micha, we gaan gauw koffie voor opa halen.” 
“En Matt!” Kirde hij. “Matt ook koffie!” 

Ik keek hen na met een warm gevoel, terwijl ze over het erf liepen, naar de achterdeur van het huis. Het was écht alsof ik nooit was weggeweest. De gedachte dat ik binnenkort toch terug zou moeten gaan naar Nederland, deed me pijn. Ik kreeg er een benauwd gevoel van. Gauw zette ik die gedachte van me af en richtte me weer op mijn werk. De telefoon rinkelde. Ik nam de hoorn van de haak en stond een klant te woord. Ondertussen liet ik mijn ogen door de werkplaats dwalen en liet ik mijn blik rusten op Matthew, die met zijn rug naar me toe stond te sleutelen aan een Kever. Alsof hij mijn ogen voelde branden, draaide hij zich om en grijnsde naar me. Ik sloeg mijn ogen neer en voelde mijn wangen warm worden. ik boog me voorover om het te verbergen en schreef geconcentreerd de gegevens van de klant op, voordat ik het gesprek beëindigde. Waarom wist ik niet, maar Matthew Ryan deed wat met me.

“Is het daar interessanter dan hier?”
Die vraag zorgde ervoor dat ik op veerde uit mijn stoel. “Wat?” 
Met een lach op zijn gezicht, stond Matthew voor me, leunend op de balie. “Je was nogal ver weg. Dromenland?”
Ik bloosde en lachte ongemakkelijk terug. “Ik heb veel om over na te denken.” Antwoordde ik toen. 
Matthew’s lach verdween. Onderzoekend keek hij me aan. “Hoe gaat het met je, Leah?” Hij veegde zijn zwarte handen af aan een vieze lap. 
Ik liet me terug op mijn stoel zakken en schraapte mijn keel. “Goed hoor. Heel prima eigenlijk.” 
“En echt?” Gaf Matt terug. “Hoe gaat het écht met je?” 

Ik beet op mijn lip en ergerde me een beetje aan het feit dat hij zo makkelijk door mijn masker heen keek. “Ik vind het fijn hier. En het vliegt me aan dat ik binnenkort weer terug moet naar Nederland.” 
Een kort knikje was zijn respons. Maar voordat hij zijn mond open kon doen om iets te zeggen, kwam Micha door de werkplaats naar ons toe stormen en klemde zich vast aan Matthew’s been. 
Matt lachte, een zware galmende kerkorgel lach en tilde Micha van de vloer. “Ha maatje!”
Ik negeerde de vlinders in mijn buik, die als gekken rond vlogen, slikte de brok in mijn keel weg. Het is niet anders dan de affectie die pap voelt voor Micha. Het is gewoon vriendschappelijk; niets meer. 

Micha vertelde honderd uit, terwijl hij zijn armpjes stevig om Matthew’s nek klemde. Zijn ogen glansden. Ik staarde naar die twee, beiden met een brede grijns op hun gezicht.
“Ja mama?” hoorde ik Micha opeens vragen met zijn hoge stemmetje. “Ikke meehelpen auto maken?” 
Ik knipperde met mijn ogen en ving Matthew’s blik.
“Nou, ik ben bezig met het schoonmaken van de auto. Het interieur en daarna ook de buitenkant. Als je het niet erg vindt, heb ik Micha er graag bij. Hij kan vast helpen.” Hij knipoogde naar me en keek weer naar de peuter op zijn arm. “Ja toch, maat? Je kan mij wel helpen hè?”

Micha knikte verwoed. “Micha helpen.” 
Ik haalde mijn schouders op. “Ik vind het prima, zolang je een oogje in het zeil houdt. Hij is binnen een oogwenk verdwenen als je niet oplet.”
“Beloofd.” Zei Matt plechtig, met een hand op zijn hart. Toen draaide hij zich om en liep de garage uit, naar buiten, waar de auto in kwestie al stond geparkeerd.
Ik maande mijn hart stilletjes tot rust, terwijl ik toekeek hoe de mannen samen begonnen aan de schoonmaakklus. Doe normaal, Leah. Je mist Sam. Daarom doet het je zoveel dat je Micha met een andere man ziet. 

Met gesloten ogen gaf ik mezelf even de ruimte om de beelden van Sam terug te halen. Sam, met zijn blonde krullen en blauwe ogen, de olijke lach en gebruinde huid van het vele klussen in de buitenlucht. Met de kleine Micha in zijn armen, net na de geboorte. Sam die al brommend en zingend door het huis liep met Micha tegen zijn borst gedrukt, wanneer het uurtje van maagkrampjes weer was aangebroken. Oh Sam, ik mis je zo…
“Mam?” Ik zette borden op tafel en legde bij elk bord bestek neer. “Ik weet niet meer zo goed wat ik doen moet…” Met een zucht pakte ik onderzetters voor de pannen van mijn moeder over en plaatste die in het midden van de tafel. Mam hield haar mond, maar keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan. 

“Het voelt zo fijn om hier te zijn en ik geniet er zo van om jullie constant om me heen te hebben. Daarbij merk ik dat het Micha ook zo enorm goed doet…”
“Hmm-hmm…” Reageerde mam, terwijl ze in de jus roerde.
“Maar ik weet ook dat we weer terug moeten naar huis. Er is zoveel te regelen, zoveel te doen en rekeningen om te betalen, maar het geeft me een paniekerig gevoel als ik denk aan teruggaan.” Ik vulde glazen met koud water en voegde er wat ijsklontjes bij, voor ik ze op tafel zette. “Ik heb niks meer over in Nederland. Ik weet dat we daar ons huis hebben, dat Sam daar begraven ligt en dat zijn familie er woont, maar wat heb ik daarnaast? Sam is er niet meer, zijn familie woont een eind bij me vandaan en erg hecht zijn we niet. En ons huis…” Ik haalde mijn schouders op. “Het voelt leeg en verkeerd om daar te zijn, zonder hem. Het klopt niet meer, mam. Het voelt niet meer als thuis.”

Ik voelde twee zachte armen om me heen. “Het is ook moeilijk lieverd. Je zit nog midden in een periode van rouw en verwerking en om dan opeens zulke dingen op je bordje te krijgen…Dat is heel zwaar. Ik kan niet helpen in het maken van beslissingen, meisje. Alleen hoop ik dat ik alles doe wat ik kan doen en dat het jou helpt om de juiste keuzes te maken.” Ze wiegde me heen en weer, drukte een kus op mijn voorhoofd en draaide zich om naar het aanrecht om de pannen en de ovenschaal met het avondeten op tafel te zetten. Ik zakte neer op een stoel en staarde naar haar. Zelfverzekerd bewoog ze zich door de keuken, zonder aarzeling wist ze alles te vinden. Ze zag er ontspannen en gelukkig uit in haar stokoude schort, de beige broek en de gebloemde trui. En ze had gelijk. Ik moest zelf zorgen voor mijn eigen geluk, ik moest zelf mijn keuzes maken. Daar kon niemand me meer bij helpen. 

Volg je The Stout Journal al op Social Media?

Boeken

Na Jou – hoofdstuk 4

na jou hoofdstuk 4 matthew leah micha zwanger verlies rouw liefde ebook boek online lezen

Het begon al snel gewoon te worden om weer thuis te zijn. Elke dag hetzelfde ritme. Ontbijt met pap en mam, terwijl Micha ons de oren van het hoofd kletste, tijd in de keuken met mama: brood bakken, het avondeten voorbereiden en spelen met Micha. Al mijn oude speelgoed was al vanaf dag één van de zolder gehaald. Oude verkleurde barbies, autootjes waar de verf van af was gebladderd en een flinke doos met Lego. Gelukkig was Micha met alles tevreden en kon hij uren genieten van het bouwen en racen met de autootjes.
Na de lunch, waar ook de monteurs elke dag bij waren, bracht ik Micha naar bed en nam ik tijd voor mezelf. Rekeningen, andere financiële zaken en even een uurtje naar buiten. Wandelen in de buurt, het bos in of gewoon even genieten van de zon op mijn gezicht in het park. 

Rond vijf uur zorgde ik dat ik weer present was in de keuken om de laatste hand aan het avondeten te leggen en aten we met ons vieren. En in de avond, na de koffie, ging Micha naar bed en probeerde ik te ontspannen door wat te lezen of in bad te gaan. Ontspannen ging me niet makkelijk af. Ik maakte me enorm zorgen over de rekeningen die zich op bleven stapelen. Daar bovenop kwam ook nog een flinke factuur van de begrafenis die maar bleef liggen en moest er toch ook nog een grafsteen geregeld worden. Ook daar had ik gewoonweg geen geld voor. 

Met mijn hoofd vol gedachten stapte ik op zaterdagmiddag de deur uit na de lunch en probeerde me te focussen op het geluid van de wind en het fluiten van de vogels. Dat mislukte grandioos. Mijn gedachten bleven malen en ik kreeg er hoofdpijn van.
“Vind je het goed als ik een stukje met je meeloop vandaag?”
Ik keek op en zag Matthew en eindje achter me staan, in zijn stoffige overall, met zwarte handen, een vuil gezicht, de handen nonchalant in de zakken van zijn overall gestoken.
“Oh.” Even sprakeloos bleef ik staan en liet mijn blik over zijn gestalte dwalen. “Natuurlijk.”
Matthew voegde zich met enkele stappen bij mij en schonk me een glimlach. “Hoe bevalt het om weer thuis te zijn?” 
“Heel goed.” lachte ik voorzichtigjes terug. “Het went snel. Alsof het nooit anders geweest is.” 
“Hoe lang ben je van plan nog te blijven?” 

Ik haalde mijn schouders op en schopte steentjes weg met mijn afgetrapte laarzen. “Ik weet het niet. Het plan was om twee weken te blijven, maar ik weet niet goed of ik dan al terug kan.” Ik slikte de tranen weg, die achter mijn ogen brandden en schraapte mijn keel om de emoties terug te dringen. 
“Waarom zou je niet terug kunnen?” Vroeg Matthew, terwijl hij vragend opzij keek.
“Ik…” 
“Is het je man?” 
Ik knikte heftig. “Het is zoveel!” Gooide ik er toen uit. “Alles bij elkaar. Ik kan het niet bevatten, nog steeds niet. En toch moet ik ernaar leven. Het is echt gebeurd. Ik moet me ernaar schikken en doorleven. Ik moet verwerken wat er achter me ligt, daarbij zorgen voor een peuter en ook rekening houden met…” Ik wees zwijgend op mijn nog steeds platte buik. “Met een tweede kindje.” 

Matthew stopte plots met lopen. “Ben je zwanger?” 
Ik beet op mijn lip. “Vier maand. Sam’s grootste wens, een tweede kindje.”
We liepen langzaam verder, een hekje door, het bos in. Ik schrok op toen Matthew opeens zijn arm om mijn schouders legde. “Ik wilde dat ik wat kon betekenen voor je. Het moet ontzettend zwaar zijn om je man te verliezen en er opeens alleen voor te staan.” 
Ik liet een schel lachje horen. “Jij hebt altijd voor anderen klaargestaan. Jij neemt de zorg voor anderen altijd op je. Je kunt niet de hele wereld redden, Matt.” 
“Het gaat automatisch. Het is pijnlijk om machteloos te staan en daar probeer ik iets aan te doen.” 

“Je was vroeger al degene die zich over mij ontfermde als ik mijn knieën schaafde of als ik weer eens viel als ik jullie achteraan ging.” Herinnerde ik me. 
“Je hoorde bij ons. Het kleine zusje van Aaron en Oliver.”
Ik knikte en kon de teleurstelling die door me heen ging niet tegenhouden, toen Matthew zijn arm wegtrok. 

Zodra ik een uur later de geurende keuken binnenstapte, keek mijn moeder me veelbetekenend aan, maar zei niks. Ze schonk een kop koffie voor me in en zette dat op de keukentafel. Ze hield me een hete bakplaat voor, waar ik een vers gebakken havermout koek vanaf pakte en ging zitten. Ik volgde haar voorbeeld.
“Was het fijn om samen met Matthew  te wandelen vandaag?” Ze roerde melk door haar koffie en schepte er vier lepeltjes suiker bij. Het klonk onschuldig, maar ik wist dat er iets achter haar woorden school.
“Ja hoor.” Antwoordde ik luchtig en nam een grote hap van mijn nog warme koek. 
“Het klikt goed tussen jullie, hè?” 
Ik knikte. “Altijd al.” 
“Het zou me niet verbazen als hij gevoelens voor je heeft.” Ging mam door. 

Ik keek met een ruk op. “Dat slaat nergens op. Ik heb hem jaren niet gezien, je wordt niet zomaar verliefd op iemand binnen een aantal dagen. We kunnen goed met elkaar overweg, dat is alles.” Geïrriteerd schoof ik mijn stoel achteruit en stond op. Zonder nog een woord te zeggen, liep ik de achterdeur uit, naar buiten, terwijl de woorden van mijn moeder nog nagalmden in mijn hoofd: Het zou me niet verbazen als hij gevoelens voor je heeft.
Een aantal dagen later kon ik bij de plaatselijke verloskundigen praktijk terecht voor een controle en een echo. Ik was blij dat het geen probleem was, ook al zou ik me eigenlijk moeten inschrijven bij een praktijk in Nederland. Met mijn moeder en Micha op sleeptouw, stapte ik de praktijk binnen, waar we direct door konden lopen naar de spreekkamer. 

“Leah Jacobs, welkom!” Groette de verloskundige me, terwijl ze ons een zitplaats wees. Ik nam plaats en zette Micha op schoot. Mam ging op de stoel naast me zitten. We deden beiden alsof er zaterdag niks gezegd was over Matthew, hielden een beetje afstand van elkaar. Er werd gepraat als het nodig was, maar verder hielden we onze mond.
“Hoe voel je je, Leah?” 
“Goed.” Glimlachte ik naar de verloskundige tegenover me. “Geen klachten. De misselijkheid lijkt voorbij te zijn en ik kan gewoon eten en drinken wat ik wil, zonder me beroerd te voelen.”
“Dat is wel nodig ook,” reageerde mam binnensmonds, “Je moet wat vlees op je botten krijgen. Je bent flink mager geworden in de laatste maanden.” 

De verloskundige keek me strak aan. “Heb je de eerste maanden als moeilijk ervaren? Veel overgegeven of over het algemeen weinig gegeten?” 
Ik haalde mijn schouders op. “Ik weet nog maar net dat ik zwanger ben. Vier maanden geleden verloor ik mijn man, mijn eerste prioriteit was zeker niet om goed te blijven eten. Het is er gewoon bij ingeschoten.” 
Een knikje, daarna een minuut van tikken op het toetsenbord. Daarna keek ze weer op en schonk me een vriendelijke glimlach. “Ik heb geen dossier met informatie van je, zie ik. Is het een probleem als ik dat opvraag bij je vorige verloskundigen praktijk?” 
Ik schudde mijn hoofd.
“Prima, dan regel ik dat. Zullen we even naar de baby kijken en luisteren naar het hartje?” 

Ik zette Micha bij mijn moeder op schoot en ging op de onderzoekstafel liggen, waar ik mijn buik ontblootte voor het echoapparatuur. Even was alles wat ik hoorde, ruis, maar toen hoorde ik het luid en duidelijk. Een sterke hartslag, regelmatig en snel. Ik slikte. Nu was er geen ontkennen meer aan. Er groeide een kindje in mij.
“Prachtig!” Hoorde ik de verloskundige vaag zeggen. “Dat klinkt heel mooi.” Ze ging verder om ook beeld van de baby op te roepen, maar mijn gedachten waren er al niet meer bij. Ik hoorde niet wat er gezegd was, ik zag het beeld op de monitor niet. Pas toen de plakkerige gel van mijn buik werd geveegd, schrok ik terug uit mijn gedachten. Ik trok mijn trui omlaag,pakte mijn tas van de vloer, gaf de verloskundige een hand en liep zwijgend de praktijk uit. Zwanger. Het was echt waar. Een kindje die zijn vader nooit zou kennen…

Volg je The Stout Journal al op Social Media?

Boeken

Na Jou | Hoofdstuk 3

Na jou hoofdstuk 3 Ierland rouw liefde verdriet kind baby zwanger

Met een ruk draaide ik het stuur om en mijn Jeep scheurde de oprit van mijn ouders op. Het stof stoof op om de auto heen. Met een schok liet ik de Jeep tot stilstand komen en haalde de sleutel uit het contactslot. Achterin de auto lag Micha in een diepe slaap in zijn autostoeltje. Zijn hoofd hing tegen de zijkant en zijn mond was een stukje open gezakt. Ik liet mijn hoofd tegen de hoofdsteun vallen en sloot mijn ogen. Voor mijn idee waren we wekenlang naar Ierland onderweg geweest, maar in werkelijkheid zat ik drie dagen geleden nog huilend aan de telefoon met mijn moeder. Toen zij voorstelde dat ik even een poosje vakantie zou komen houden in Ierland, om tot rust te komen en uit te vogelen wat mijn volgende stap zou zijn, had ik geen betere oplossing gezien dan dat.

Ik begon haastig twee koffers in te pakken met het nodige voor twee weken logeren bij mijn ouders in Ierland en belde Sam’s zus met de vraag of zij alle belangrijke post wilde doorsturen. Gelukkig had ze dit geen probleem gevonden en snapte ze dat ik even rust nodig had, na het overlijden van mijn man. Ik durfde haar niet te vertellen van de situatie waar ik me nu in bevond.
Met een tas vol fruit, flesjes drinken en wat koekjes en de twee overvolle koffers, vertrokken we diezelfde middag nog. Ik nam geen tijd en moeite om vliegtickets te regelen en besloot het hele stuk gewoon te rijden. Het kostte ons twee dagen met veel pauzes en twee overnachtingen, voordat we aankwamen, om negen uur in de ochtend.

De zon scheen op de oude cottage van mijn ouders. De tuin bloeide uitbundig en alles zag er mooi onderhouden uit. Typisch Ierland. Ik bleef even stil voor me uit kijken, tot mijn oog viel op het gebouw naast het kleine huisje. Papa’s garage. Zijn zaak, die hij veertig jaar geleden oprichtte. Het bedrijf waar ik als kind en tiener dag in dag uit klusjes deed om wat bij te verdienen, voordat ik mijn eigen eerste baantje kreeg achter de bar van de lokale pub. De pub waar ik Sam voor het eerst zag. De plaats waar ik wanhopig verliefd werd op die blonde Nederlandse jongen met zijn weerbarstige krullen en olijke blauwe ogen. 

“Leah!” Ik schrok op uit mijn dagdroom toen er op het raam werd geklopt en mijn naam klonk. “Jullie zijn veilig aangekomen! Kom gauw binnen!”
Ik keek op en zag mijn moeder staan. Ik drukte een vinger op mijn lippen en wees naar de slapende peuter achterin de auto. Zo stil mogelijk deed ik mijn gordel af en opende het portier. Fluisterend begroette ik mijn moeder, die meteen haar mollige armen om me heen sloeg. Ik knuffelde haar stevig. “Ik heb je zo gemist, mam!”
Met vochtige ogen keek mijn moeder me aan, haar handen om mijn gezicht gevouwen. “Lieverd, wat ben ik blij je te zien.” Ik zag in haar ogen hoeveel pijn er in haar schuilde. Pijn door het missen van haar dochter, het verlies van haar schoonzoon en de machteloosheid die ze voelde omdat ze me niet kon helpen. Ze kon me mijn man niet terug geven. En dat verscheurde haar.

Ik deed een stap terug en pakte Micha uit de auto, die in mijn armen gewoon doorsliep. Samen liepen we mijn ouderlijk huis binnen, waar het, zoals altijd, naar versgebakken brood en cake rook. Mam nam ons mee naar de huiskamer, waar we Micha op de bank legden, met een gebreide deken over hem heen. Daarna werd ik meegenomen naar de keuken en plantte me op een stoel aan de oude, donkere houten eettafel. “Thee of koffie?”
“Thee graag.” Zuchtte ik en rustte mijn hoofd in mijn handen, de ellebogen op tafel. En zodra er een kop thee en een nog warme plak cake voor me op tafel werden gezet, kwamen de tranen weer opzetten. Hier, thuis, vond ik de rust om alles eruit te gooien. 

Een uur later hielp ik mam met het dekken van de tafel, zodat pap en zijn medewerkers aan konden schuiven voor de lunch. Ik zette de tafel vol met vers gebakken brood, warme broodjes, hartig en zoet beleg. Zelfgemaakte bagels, jam en marmelade. En net toen de fluitketel begon te fluiten, ging de achterdeur open. Ik hoorde de zware kerkorgel stem van mijn vader door de bijkeuken gonzen en kreeg er direct een warm gevoel van. Thuis. Ik was thuis…
Ik hoorde hoe klompen en werkschoenen uitgeschopt werden en keek verlangend naar het gat van de deur, waar mijn vader door naar binnen kwam. Hij bleef opeens stilstaan, toen hij mij zag en op zijn gerimpelde, bruine gezicht brak een brede lach door. “Josephine!”

Bij het horen van mijn tweede naam, die alleen mijn vader gebruikte, rende ik naar hem toe en klemde hem in mijn armen vast. Over zijn schouders zag ik drie mannen in overalls staan, met zwarte handen van de olie en smeer. Ze keken me schaapachtig aan. Ik liet mijn vader los en liep terug naar de keuken. “De lunch staat klaar.”
Pap gaf me een klap op mijn schouder en volgde me de keuken in. “Welkom thuis meisje. Welkom in Ierland.”
Ik schonk hem een glimlach. “Fijn om thuis te zijn, papa.” 

De mannen wasten hun handen en namen plaats aan tafel. Mam schonk koppen thee en koffie in en gebaarde mij plaats te nemen. En toen zag ik hem. Tegenover me. Zijn gitzwarte haar, de doordringende, licht grijze ogen die dwars door me heen keken. Matthew Ryan. Ik staarde hem met open mond aan.
Terwijl de rest op het verse brood aanviel, ontmoette Matthew’s blik de mijne. “Leah.” 

Ik keek naar de man, waar ik jaren terug dagelijks mee buiten speelde. Toen ik nog maar een meisje was en hij de beste vriend van mijn twee oudere broers. De jongen die ik vol verwondering overal had gevolgd. Wat de jongens ook gingen doen; ik was erbij. Of het nu slootje springen was of basketballen op het veldje. En al die tijd was ik voor hem het kleine zusje van Oliver en Aaron geweest. Als kind was ik vastberaden ooit met hem te trouwen. Ik wist het zeker: Matthew Ryan zou mijn echtgenoot worden.
Terugdenkend aan mijn kinderlijke gedachten, glimlachte ik. “Wat een verrassing om jou hier te zien!” Ik pakte een scone van de schaal. “Wat brengt jou hier?” 

Matthew trok een wenkbrauw op. “Ik werk al een aantal jaren bij je vader in de garage. Nadat ik mijn studie afrondde, begon ik in de garage.”
Ik keek hem bedenkelijk aan. “Dat wist ik helemaal niet.” 
“Jij was al met de noorderzon uit Ierland vertrokken.” Lachte Matthew hartelijk.
Hij had gelijk. Vanaf mijn achttiende was ik al veel van huis en vloog ik op en neer tussen Ierland en Nederland, om zoveel mogelijk bij Sam te kunnen zijn. Geen wonder dat ik niet had opgemerkt dat mijn vader Matthew aannam in de garage. 

“En wat brengt jou terug thuis?” Vroeg Matthew. En op het moment dat hij het vroeg, zag ik in zijn ogen dat hij zich realiseerde wat er zich in mijn leven had afgespeeld. Hij sloeg zijn ogen neer. “Sorry. Je man…” 
Ik knikte. “Sam is een paar maanden geleden overleden. Ik had behoefte om weer eens terug te komen naar huis.” 
“Gecondoleerd nog, met je verlies.” Was het antwoord. De andere mannen stemden met een brommend geluid in. 
Ik bedankte hen vriendelijk en richtte me toen stilzwijgend op mijn lunch. De rest van de maaltijd was het werk in de garage het onderwerp van de gesprekken en hield ik me stil. 

Volg je The Stout Journal al op Social Media?